Kernstraat 17-21
1000 Brussel

Openbaar onderzoek afgerond

Uitbating van een woongebouw


Brussel Brussel Leefmilieu Effectenrapport

Ingedeelde inrichtingen

  • 153-B Ventilatoren (door extractie en pulsie), met uitzondering van ventilatoren die uitsluitend bestemd zijn voor het wegblazen van rook bij een brand met een nominaal debiet (per ventilator) van meer dan 100.000 m3/u
  • 132-A Koelinstallatie die een koelcircuit bevat: a.1) die 5 ton CO2 equivalent of meer gefluoreerde broeikasgassen bevat zoals bedoeld in bijlage I van voornoemde verordening (EU) nr. 517/2014 en de eventuele latere wijzigingen ervan, afzonderlijk of in een mengsel; of a.2) waarvan het maximale elektrische vermogen dat wordt geabsorbeerd door de compressor(en) gelegen op eenzelfde circuit meer bedraagt dan 10 kW maar minder dan 100 kW. Elke koelinstallatie bevat alle apparatuur en toebehoren die nodig zijn voor de werking van het koelcircuit:- koeluitrusting,- klimatiseringsuitrusting, - warmtepompen.
  • 40-A Verbrandingsinrichtingen (die niet in andere rubrieken zijn opgenomen) met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 100 kW en motoren van warmtekrachtkoppeling inrichtingen met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 20 kW, wanneer ze voor het verwarmen van lokalen en/of voor de productie van sanitair water zijn bestemd, en wanneer de som van de vermogens per verwarmingslokaal lager is dan 1 MW. Opmerking: Deze rubriek is niet van toepassing wanneer rubriek 40 D van toepassing is
  • 40-A Verbrandingsinrichtingen (die niet in andere rubrieken zijn opgenomen) met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 100 kW en motoren van warmtekrachtkoppeling inrichtingen met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 20 kW, wanneer ze voor het verwarmen van lokalen en/of voor de productie van sanitair water zijn bestemd, en wanneer de som van de vermogens per verwarmingslokaal lager is dan 1 MW. Opmerking: Deze rubriek is niet van toepassing wanneer rubriek 40 D van toepassing is
  • 40-A Verbrandingsinrichtingen (die niet in andere rubrieken zijn opgenomen) met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 100 kW en motoren van warmtekrachtkoppeling inrichtingen met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 20 kW, wanneer ze voor het verwarmen van lokalen en/of voor de productie van sanitair water zijn bestemd, en wanneer de som van de vermogens per verwarmingslokaal lager is dan 1 MW. Opmerking: Deze rubriek is niet van toepassing wanneer rubriek 40 D van toepassing is
  • 40-A Verbrandingsinrichtingen (die niet in andere rubrieken zijn opgenomen) met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 100 kW en motoren van warmtekrachtkoppeling inrichtingen met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 20 kW, wanneer ze voor het verwarmen van lokalen en/of voor de productie van sanitair water zijn bestemd, en wanneer de som van de vermogens per verwarmingslokaal lager is dan 1 MW. Opmerking: Deze rubriek is niet van toepassing wanneer rubriek 40 D van toepassing is
  • 40-A Verbrandingsinrichtingen (die niet in andere rubrieken zijn opgenomen) met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 100 kW en motoren van warmtekrachtkoppeling inrichtingen met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 20 kW, wanneer ze voor het verwarmen van lokalen en/of voor de productie van sanitair water zijn bestemd, en wanneer de som van de vermogens per verwarmingslokaal lager is dan 1 MW. Opmerking: Deze rubriek is niet van toepassing wanneer rubriek 40 D van toepassing is
  • 40-A Verbrandingsinrichtingen (die niet in andere rubrieken zijn opgenomen) met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 100 kW en motoren van warmtekrachtkoppeling inrichtingen met een nominaal ingangsvermogen van minimaal 20 kW, wanneer ze voor het verwarmen van lokalen en/of voor de productie van sanitair water zijn bestemd, en wanneer de som van de vermogens per verwarmingslokaal lager is dan 1 MW. Opmerking: Deze rubriek is niet van toepassing wanneer rubriek 40 D van toepassing is
  • 132-A Koelinstallatie die een koelcircuit bevat: a.1) die 5 ton CO2 equivalent of meer gefluoreerde broeikasgassen bevat zoals bedoeld in bijlage I van voornoemde verordening (EU) nr. 517/2014 en de eventuele latere wijzigingen ervan, afzonderlijk of in een mengsel; of a.2) waarvan het maximale elektrische vermogen dat wordt geabsorbeerd door de compressor(en) gelegen op eenzelfde circuit meer bedraagt dan 10 kW maar minder dan 100 kW. Elke koelinstallatie bevat alle apparatuur en toebehoren die nodig zijn voor de werking van het koelcircuit:- koeluitrusting,- klimatiseringsuitrusting, - warmtepompen.
  • 132-A Koelinstallatie die een koelcircuit bevat: a.1) die 5 ton CO2 equivalent of meer gefluoreerde broeikasgassen bevat zoals bedoeld in bijlage I van voornoemde verordening (EU) nr. 517/2014 en de eventuele latere wijzigingen ervan, afzonderlijk of in een mengsel; of a.2) waarvan het maximale elektrische vermogen dat wordt geabsorbeerd door de compressor(en) gelegen op eenzelfde circuit meer bedraagt dan 10 kW maar minder dan 100 kW. Elke koelinstallatie bevat alle apparatuur en toebehoren die nodig zijn voor de werking van het koelcircuit:- koeluitrusting,- klimatiseringsuitrusting, - warmtepompen.
  • 132-A Koelinstallatie die een koelcircuit bevat: a.1) die 5 ton CO2 equivalent of meer gefluoreerde broeikasgassen bevat zoals bedoeld in bijlage I van voornoemde verordening (EU) nr. 517/2014 en de eventuele latere wijzigingen ervan, afzonderlijk of in een mengsel; of a.2) waarvan het maximale elektrische vermogen dat wordt geabsorbeerd door de compressor(en) gelegen op eenzelfde circuit meer bedraagt dan 10 kW maar minder dan 100 kW. Elke koelinstallatie bevat alle apparatuur en toebehoren die nodig zijn voor de werking van het koelcircuit:- koeluitrusting,- klimatiseringsuitrusting, - warmtepompen.
  • 153-B Ventilatoren (door extractie en pulsie), met uitzondering van ventilatoren die uitsluitend bestemd zijn voor het wegblazen van rook bij een brand met een nominaal debiet (per ventilator) van meer dan 100.000 m3/u
  • 132-A Koelinstallatie die een koelcircuit bevat: a.1) die 5 ton CO2 equivalent of meer gefluoreerde broeikasgassen bevat zoals bedoeld in bijlage I van voornoemde verordening (EU) nr. 517/2014 en de eventuele latere wijzigingen ervan, afzonderlijk of in een mengsel; of a.2) waarvan het maximale elektrische vermogen dat wordt geabsorbeerd door de compressor(en) gelegen op eenzelfde circuit meer bedraagt dan 10 kW maar minder dan 100 kW. Elke koelinstallatie bevat alle apparatuur en toebehoren die nodig zijn voor de werking van het koelcircuit:- koeluitrusting,- klimatiseringsuitrusting, - warmtepompen.
  • 68-B Parkings al dan niet overdekt, gelegen buiten de openbare wegenis, voor motorvoertuigen (motorfietsen, personenauto's, bestelauto's, vrachtauto's, autobussen, …) of aanhangwagens, van 51 tot en met 400 parkeerplaatsen (*)
  • 104-A Motoren met inwendige verbranding, met uitzondering van motoren van warmtekrachtkoppeling inrichtingen, turboreactoren en gasturbines met een nominaal ingangsvermogen tussen 20 en 250 kW NB : Deze rubriek is niet van toepassing wanneer rubriek 40 D van toepassing is
  • 121-A Opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen of bereidingen (voorzien van een gevarenaanduiding H) die niet in een andere rubriek zijn opgenomen, met een totale capaciteit op de site: - tussen 300 en 1.000 kg voor als ontvlambaar, schadelijk of irriterend beschouwde stoffen of bereidingen met uitzondering van die welke in sub d) staan vermeld - tussen 100 en 300 kg voor andere stoffen of bereidingen met uitzondering van die welke in sub d) staan vermeld
  • 153-B Ventilatoren (door extractie en pulsie), met uitzondering van ventilatoren die uitsluitend bestemd zijn voor het wegblazen van rook bij een brand met een nominaal debiet (per ventilator) van meer dan 100.000 m3/u

Openbaar onderzoek

van woensdag 15 juni 2022 tot donderdag 14 juli 2022

Documenten

Het document van de beslissing is niet beschikbaar.

Overzicht van de aanvragen

Vergunningsaanvragen op de gelijkaardige locatie, sinds 1970.

Meer technische details

Voor de afgeleverde milieuvergunningen en volledig verklaarde aanvragen, raadpleeg ook de kaart van de milieuvergunningen en de kaart met zendantennes.

Tijdslijn

Referenties

Gewestelijke referentie 04/IPE/1771849
Gemeentelijke referentie P235/2022

Aanvraag tot milieuvergunning
Een milieuvergunning is een toelating om een activiteit uit te baten die een of meer ingedeelde inrichtingen omvat, dit wil zeggen inrichtingen die een impact kunnen hebben op het milieu of op de buurt

Subtype: IPE
Milieuvergunning

De gemachtigde ambtenaar van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de vergunningverlenende instantie voor deze vergunningsaanvraag.

De termijn voor de bekendmaking van de uiteindelijke beslissing tot aflevering of weigering van de vergunning worden bepaald door het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO). Ze lopen vanaf de verzending van het ontvangstbewijs van het volledige dossier, en variëren naargelang de aanvraag, in functie van de verschillende onderzoeksdaden of acties waaraan de vergunningsaanvraag onderworpen is.

Chronologie

Indiening 12-01-2021
Onvolledig dossier 23-02-2021
Volledig dossier 28-02-2022
Openbaar onderzoek 15-06-2022
14-07-2022
Overlegcommissie 27-07-2022
Beslissing 23-09-2022
Uitvoering 23-09-2022
Geldigheid 28-09-2037

Openbare gegevens